Alle vogels zijn bij wet beschermd.
Dat geldt ook voor hun eieren, jongen en nesten.
Voor HUISMUSSEN geldt dat het NEST HET JAAR ROND beschermd is.

Maar een nest kan alleen als nest werken wanneer ER OMHEEN ook DE LEEFOMGEVING aanwezig is DIE EEN HUISMUS NODIG HEEFT.
Vergelijk het maar met bijvoorbeeld leeuwen; iedereen weet dat die op zebra’s jagen, dus er moeten zebra’s in de buurt zijn. Voedsel is een van de habitat-elementen.
Jonge leeuwen moeten veilig zijn tegen hyena’s, dus er moeten ook bomen zijn met stevige takken die hoog genoeg van de grond zijn zodat hyena’s niet bij de welpen kunnen komen. Dan heb je voor leeuwen al 2 habitat-elementen genoemd die nodig zijn om zich succesvol te kunnen voortplanten.
Haal je de leefomgeving weg rond het nest of rond het leger, dan kan het nest niet meer overleven, en heb je de ‘Staat van instandhouding’ in gevaar gebracht.

Daarom geldt voor HUISMUSSEN dat OOK de FUNCTIONELE LEEFOMGEVING BESCHERMD IS. Dit is door de Nederlandse overheid beschreven in 2015, in een stuk genaamd
‘Juridisch kader bij de Soortenstandaards’.


Er is over de nesten wel jurisprudentie, maar niet over de functionele leefomgeving van de huismus.
Op zich hoeft dat ook niet, zolang iedereen het eens is met de strekking van de wet.
Maar in het geval van de huismussen zijn met name wooncorporaties al vele jaren niet bereid gebleken rekening te houden met deze essentiele functionele leefomgeving van de Huismus.
Recent wilde men zelfs in een landelijk geldende gedragscode – Gedragscode NatuurInclusief Renoveren voor Projecten met NOM-keur – gaan vastleggen dat er niets gedaan zou hoeven worden voor de essentiele functionele leefomgeving van de Huismus.
Dat zou een hard gelag worden voor de huismussen. Die zouden op nog grotere schaal hun leefgebieden gaan verliezen zonder dat daarvoor iets terug zou komen. Behalve dan bij toeval.
Om die reden is onze organisatie, Huismus Bescherming Nederland, op dit moment alsnog bezig met een rechtszaak die (onder anderen) tot doel heeft jurisprudentie ‘uit te lokken’ over deze essentiele functionele leefomgeving van huismussen.

Dat wil zeggen dat rechters, of de Provinciale Staten, een uitspraak doen over de beschermde status van het leefgebied dat huismussen rond hun nesten nodig hebben, om het nest als nest te kunnen gebruiken, en de jongen met succes daarin groot te brengen en uit te laten vliegen. Liefst dan ook nog zonder beperkingen in de grootte van het legsel. Dus met nestruimten die aan bepaalde minimum maten moeten voldoen. Maten waar ook werkelijk een huismusvrouwtje in past, broedend op 5 tot 9 eitjes, die ze ieder half uur moet kunnen draaien en die haar lichaam moeten raken om warmte te kunnen toevoegen waarmee het embryo groeit, en voorzien van een nestkom die de eitjes bij elkaar houdt zodat ze inderdaad haar lichaam raken.
Lang niet alle kasten, die als ‘mussenkast’, ‘mussenflat’ of ‘mussenvide’ verkocht worden, zijn geschikt voor een voltallig nest huismussen.

Wordt vervolgd