post

Een leefomgeving speciaal voor huismussen, de habitat voor de huismus

Opmerkingen vooraf

I. Alles in meervoud aanbieden voor huismussen
Bied alles dat er aangeboden wordt in meervoud aan. Reken daarbij op rond de 50 of 60 individuen. Dat zijn
ongeveer 20 broedparen plus de beschikbare ongepaarde Huismussen, zoals dat in populaties mussen gaat. 20 broedparen is voor huismussen een levensvatbare populatie-grootte.

Omdat huismussen het liefst in een groep leven, komen ze ook vaak in groepjes aan, als ze komen. Bovendien
moet alles bij de huismus zo snel mogelijk gebeuren, omwille van hun veiligheid. Ze staan onderaan in
verschillende voedselketens en hebben daardoor veel natuurlijke vijanden. Daardoor is het nodig voor ze, om
allemaal tegelijk te kunnen eten, baden, stofbaden en dergelijken.
Gebeurd dat namelijk groepsgewijs, dan is er meer kans dat één van de groepsleden een mogelijk gevaar tijdig
ontdekt, zodat de groep op tijd een alarmsignaal krijgt en terug in de dekking van het groen kan duiken, zoals
dat bij huismussen gaat.

II. 50 meter radius is de ideale afstand tot het mussennest
Wanneer een broedkolonie huismussen in stand moet worden gehouden, zonder enige vorm van verslechtering in de overlevings-kansen, dan is het een belangrijke voorwaarde dat alle onderstaande habitat elementen, gedurende de hele periode dat werkzaamheden plaats vinden, binnen een straal van ongeveer 50 meter rond de nesten beschikbaar zijn.

III. bekend gezelschap; soorten die elkaars aanwezigheid zoeken: huismus, vleermuis en gierzwaluw
Waar Huismussen leven, zijn vaak ook Gierzwaluwen en diverse soorten vleermuizen te vinden. Je kunt de drie soorten als indicatoren voor elkaars aanwezigheid gebruiken.