Huismus-onderzoek belicht

(Geschreven in 2009 door BlauweMus, die toen nog niet wist dat een niet-gepubliceerd onderzoek niet op het wwweb mag verschijnen, want dat anders de conventionele wetenschappelijke tijdschriften er geen artikel meer over willen opnemen.)

Relatie tussen de aanwezigheid van de huismus en biotoopkenmerken, Mirjam Salm (2007)

Mirjam Salm heeft in Leiden onderzoek gedaan naar de relatie tussen het voorkomen van de Huismus en de volgende biotoopkenmerken; voedselaanbod, nestgelegenheid en dekking tegen predatoren.

Om onbekende redenen is het onderzoek nooit officieel gepubliceerd terwijl het wel heel interessante gegevens heeft opgeleverd. Hopelijk kan dat alsnog gebeuren.

Mirjam Salm heeft in ongeveer 74 huizenblokken in Leiden de Huismussen geteld en van 61 daarvan de omgevingskenmerken geanalyseerd. Dat zijn maar liefst 21 soorten omgevingskenmerken geweest. Onder andere het percentage bebouwing, de aanwezige typen dakpannen, het percentage gras, percentage ruigte, de hoeveelheid aanwezige katten en andere predatoren.
Al deze 21 elementen zijn vervolgens ingedeeld in drie overkoepelende biotoop kenmerken, namelijk de hoeveelheid voedsel, de hoeveelheid dekking en de hoeveelheid broedgelegenheid.
Dit staat allemaal beschreven in haar Nederlandstalige verslag, dat is te downloaden op ons huismussenOnderzoek.nl.

In haar Engelstalig artikel, dat ook te downloaden is van onze huismussenOnderzoek.nl website is zij hierop dieper ingegaan en is met statistische methoden onderzocht in hoeverre de Huismus afhankelijk is van elk van de 21 kenmerken individueel, of van een combinatie van kenmerken.

= = =

Kate Vincents webSite over de huismus (Engelstalig)

= = = Geschreven in 2009, dus mogelijk voorzien van wat achterhaalde beweringen = = =

Kate Vincent is de onderzoekster die heeft weten aan te tonen hoe belangrijk voedsel is voor de Huismus.
Dat klinkt als een open deur, natuurlijk. Toch is er heel lang gezocht naar verder gaande redenen voor de achteruitgang van de Huismus en werd voedsel niet altijd als bijzonder belangrijke oorzaak gezien.
Er zijn ook meer redenen dan uitsluitend het voedsel.

Kate Vincent’s onderzoek is in 2006 officieel gepubliceerd. Zij heeft onder anderen geconstateerd dat de aantallen uitgevlogen jonge mussen, ten tijde van haar onderzoek, met 18% tot 25% terug liepen doordat de jongen van honger om kwamen. Met name in landelijk gebied en in de buitenwijken trof zij dit aan.
Ook bleek dat jongen die in de eerste 6 dagen vooral plantaardig voedsel en mieren te eten kregen, meer kans liepen dood te hongeren dan jongen die vette spinnen aten.

Bij nader onderzoek naar de omgeving van de succesvolle en minder succesvolle broedgevallen bleek er een duidelijk verband te bestaan tussen de aanwezigheid van eiwitrijk voedsel en het succesvol uitvliegen van jonge Huismussen.

De website van Kate Vincent, op www.kateVincent.org, heeft vooral ten doel een archief te zijn voor haar eigen research, maar daarnaast is de bedoeling om mogelijk een platform te bieden voor een bredere discussie over het probleem rond de teruggang van de aantallen Huismussen en tevens, door middel van links, een netwerk van voor dit onderwerp belangrijke organisaties te bieden.

Haar site is al een tijdje ongewijzigd waardoor niet alle links nog werken, maar haar onderzoek is te belangrijk geweest om je daardoor te laten tegenhouden.